De Yoga Sutra's van Patanjali

Yoga Citta Vrtti Nirodha /Yoga is meester worden over je bewustzijn

De Yoga Sutra's van Patanjali behoren tot de gouden regels van yoga. In het Nederlands worden ze ook wel de Yogasoetra's genoemd. De betekenis komt van योग, yoga, 'samenvoeging', 'eenmaken' en सूत्र, sūtra, 'draad'. Een soetra is een aforisme, een korte, puntige zin, vers of formule. Soetra's geven een bepaalde tekst in korte, kernachtige zinnen weer, zodat men die gemakkelijk kan onthouden.

De acht geledingen of stappen (Ashtānga) van Raja Yoga worden beschreven in het tweede gedeelte van de Yogasoetra's.

De eerste stap Yama verwijst naar de vijf onthoudingen:

  • Ahimsā / Geweldloosheid geen schade doen of veroorzaken, geen geweld voortbrengen, niet kwetsen, geen pijn doen, geweld en pijn voorkomen;
  • Satya / Waarachtigheid; waarheidslievendheid, geen onwaarheid voortbrengen, niet liegen, leugens vermijden;
  • Āsthēya / Niet stelen onthouden van diefstal, niet meer nemen dan je toekomt;
  • Brahmachārya / Onthouding kuisheid, beheersing van de seksuele energie, seksuele onthouding, celibatair leven;
  • Aparigraha / Niet begeren vrij zijn van bezitzucht, belangeloos inzetten, onzelfzuchtig.

De tweede stap Niyama verwijst naar de vijf voorschriften:

  • Shaucha / Zuiverheid reinheid, puur zijn, transparant zijn, helderheid;
  • Samtosha / Tevredenheid welbehagen, innerlijke vrede, geluk, innerlijke rust, blijheid;
  • Tapas / Soberheid eenvoud, discipline, met mate, ascese;
  • Svādhyāya / Zelfstudie zelfbeschouwing, introspectie, zelfkennis, zelfreflectie;
  • Īshvarapranidhāna / Devotie overgave aan God (Īshvara), toewijding.

De derde stap is Āsana / Lichaamshouding en -oefeningen;
De vierde stap is Prānāyāma / Ademhaling beheersing van de adem en levensenergie (prāna);
De vijfde stap is Pratyāhāra / Onthechtingvan de zintuigen, emoties, beelden, gedachten, denken en handelen, en het vermogen om de aandacht naar binnen te richten;
De zesde stap is Dhārana / Concentratie het bewust richten van de aandacht en het vermogen om de aandacht gedurende bepaalde tijd vast te houden;
De zevende stap is Dhyāna / Eénpuntige meditatie een ononderbroken stroom van gerichte aandacht op één onderwerp;
De achtste stap van yoga Samādhi / Eénheidsbewustzijn.

Het boek 'Meditaties op de Yoga Sutra's van Patanjali' van Elleke van Kraalingen biedt een gids met praktische handreikingen voor (zelf)reflectie en oefeningen voor meditatie voor elk van bovenstaande stappen. Mocht dit boek je goed bevallen, overweeg dan ook eens een yoga- en meditatieretraite op La Borde Blanque in Zuid-Frankrijk.


Hoofdstuk I - Samadhi Pada/ Het pad van Eenwording

  1. Nu wordt het pad van yoga onderwezen.
  2. Yoga is het beheersen van de bewegingen van het bewustzijn.
  3. Dan is de ziener thuis in zichzelf
  4. Anders is er identificatie met het veranderende bewustzijn.
  5. Er zijn vijf soorten bewegingen in het bewustzijn. Deze zijn pijnlijk of niet pijnlijk.
  6. Dit zijn: feitelijke kennis, onjuiste kennis, verbeelding, slaap en geheugen.
  7. Feitelijke kennis is zintuiglijke waarneming, of een directe gevolgtrekking daaruit, of als feit bewezen.
  8. Onjuiste kennis is foutief begrip dat berust op illusie.
  9. Verbeelding is kennis zonder inhoud, kennis gebaseerd op woorden.
  10. Slaap is een beweging in het bewustzijn zonder inhoud.
  11. Herinnering is dat wat ervaren is niet verloren laten gaan.
  12. Het verstillen van de bewegingen van het bewustzijn door oefening en onthechting.
  13. Oefening is de inspanning om de verstilling van het bewustzijn te bestendigen.
  14. Deze beoefening vindt vast grond wanneer zij langere tijd, voortdurend en met toewijding wordt uitgevoerd.
  15. Ongehechtheid is meesterschap in het niet verlangen naar objecten, zowel zichtbare als onzichtbare.
  16. Dat is de hoogste onthechting: wanneer de begeerte naar de wereld ophoudt door bewustzijn van het Zelf.
  17. Samadhi is een continuüm van soorten bewustzijn. Vergezeld door beredenering en beschouwing (hoger mentaal bewustzijn); vergezeld door vreugde (causaal bewustzijn); door zaligheid (buddisch bewustzijn); en door een gevoel van individualiteit en het besef van louter zijn.
  18. De eerste is een hoger mentaal bewustzijn door concentratie en meditatie. Door leegte ontstaat ruimte voor reflectie, heldere inzichten en antwoorden door intuïtie.
  19. De tweede is een causaal bewustzijn waarin men het gevoel van expansie of opstijgen kan ervaren, het geeft een krachtig vreugdevol en helder gevoel. Dit piekmoment kan spontaan optreden, zonder er naar te streven, gewoon door te leven, het wordt ook wel het langzame pad genoemd.
  20. Het derde buddhische bewustzijn wordt verkregen door een bewust groeipad te kiezen, zoals yoga. Dit pad gaat over liefde, wijsheid en compassie en geeft een gevoel van verbondenheid, niet door wilskracht, maar door overgave. Hiervoor is vertrouwen, wilskracht en goed geheugen en inzicht nodig.
  21. In de vierde staat van samadhi is er alleen stilte en je meest pure innerlijke kern: 'ik ben', voorbij het ego en het ik,
    atman. En voor een ieder die daarnaar verlangt is dit binnen bereik.
  22. Een verschil in succes onstaat door zwakke, matige of sterke inzet.
  23. Samadhi, éénheid, is dichtbij voor degenen die er sterk naar verlangen.
  24. Of door overgave aan God.
  25. In God is de kiem van alwetendheid, een diepe bron van wijsheid. Deze wijsheid en het vermogen de dingen te ervaren zoals ze zijn is in iedereen. En een ieder van ons heeft dus de potentie om hier toegang toe te krijgen.
  26. God, in ons allen, is de bron van alle wijsheid en kennis, niet gebonden door tijd en ruimte.
  27. Hij wordt aangeduid door de klank 'Om' (Aum).
  28. Voortdurende herhaling ervan en meditatie op de betekenis ervan.
  29. Obstakels verdwijnen en het bewustzijn keert naar binnen.
  30. Het is heel menselijk en begrijpelijk dat er vaak weerstand is tegen ontwikkeling, vaak onbewust. Belemmeringen die het
    denkvermogen verwarren zijn: ziekte, inertie, twijfel, onachtzaamheid, luiheid, te veel gericht zijn op de wereld, illusie, gebrek aan concentratie en onstandvastigheid.
  31. Je kunt het verwarde denkvermogen herkennen aan: mentale pijn, moedeloosheid, nervositeit en een zware ademhaling. Het zijn naast symptomen ook oorzaken. De ademhaling reguleren is daarnaast ook een instrument.
  32. Het oefenen van slecht één beginsel of techniek helpt al om focus te krijgen.
  33. Er zijn vier uitdrukkingen van liefde die je emotionele lichaam (naast je fysieke en mentale lichaam) zuiveren en leiden tot innerlijke vrede en vrijheid. Een attitude van vriendelijkheid ten opzichte van geluk, (ook die van een ander, metta);
    compassie ten opzichte van ongeluk (is niet gelijk aan mede-lijden,
    karuna), vreugde ten opzichte van het goede (het goede in de ander zien, mudita); en neutraliteit ten opzichte van het kwade (geen onverschilligheid, wel verantwoordelijkheid, upekkha).
  34. Of door het reguleren van de (uit)ademing en het verlengen en vasthouden van de adem (pranayama).
  35. Of concentratie op de (subtiele) waarneming van de zintuigen (dharana). Wanneer  de  veranderingen  in  het  bewustzijn  bijna  tot  stilstand  zijn  gebracht, versmelten  waarnemer,  waarneming  en  het  waargenomen e  in  elkaar,  zoals  een transparant juweel de kleur aanneemt van zijn omgeving.
  36. Ook door vredevolle en verlichtende ervaringen.
  37. Ook door concentratie op onthechte mensen.
  38. Ook door het effect van de diepe slaap en het dromen.
  39. Of door meditatie op iets waar het hart naar verlangt.
  40. De macht van de yogi strekt zich uit van het kleinste tot het grootste.
  41. Absorptie  (Samadhi)  is  verward  wanneer  er  een onvolledig  onderscheid  wordt gemaakt tussen puur intellectuele kennis, echte ken nis en de gewone kennis gebaseerd op ervaring en redenering.
  42. Absorptie  (Samadhi)  zonder  verwarring  ontstaa t  wanneer  de  (karmische) herinneringen  zijn  opgeklaard,  het  bewustzijn  niet langer  met  de  eigen  vorm geïdentifiëerd is en alleen echte kennis van het ob ject van de meditatie overblijft.
  43. Daarmee hebben we de twee belangrijkste soort en Samadhi onderscheiden, maar er bestaan ook de meer subtiele vormen.
  44. De meer subtiele vormen van Samadhi hebben be trekking op het verdwijnen van de essentiële kwaliteiten van energie (Gunas).
  45. Deze stadia van Samadhi hebben betrekking op Samadhi waarin er nog een object aanwezig is in de meditatie.
  46. Wanneer de Samadhi zo zuiver wordt dat ze ont daan is van alle objecten, daagt het echte spirituele zien.
  47. Dan is het bewustzijn ingebed in zowel de ach terliggende als de overkoepelende waarheid.
  48. De  kennis  die  opgedaan  wordt  via  directe  waarneming,  gevolgtrekking  of getuigenis is anders dan deze kennis, omdat ze bepe rkt is tot een specifiek object.
  49. De indruk die het produceert verhindert het effect van andere indrukken.
  50. Wanneer deze ook tot stilte wordt gebracht, dan is er 'Samadhi zonder zaad'.

 

Hoofdstuk II - Sadhana Pada / Het pad van scholing

  1. Voorbereidende yoga omvat ascetisme, zelf-studie en overgave aan de ultieme godheid met vorm (Ishwara).
  2. Deze disciplines verwijderen de essentiële oorzaken van ongelukkigheid (Klesas) en bereiden ons voor op diepe absorptie (Samadhi).
  3. De essentiële oorzaken van ongelukkigheid (Klesas) zijn het gebrek aan inzicht in de werkelijkheid, het gevoel een individu te zijn, aantrekking en afkeer tegenover dingen en het verlangen in leven te blijven.
  4. Gebrek aan inzicht in de werkelijkheid is de bron van alle andere oorzaken van ongelukkigheid (Klesas), of ze nu puur potentieel zijn, mild, afwisselend of sterk actief.
  5. Het gebrek aan inzicht in de werkelijkheid betekent het vergankelijke, onzuivere, negatieve en onbewuste respectievelijk verwarren met het eeuwige, zuivere, positieve en bewuste.
  6. Het gevoel een individu te zijn (Asmita) ontstaat uit de identificatie van het pure bewustzijn (Purusha) met het intellect (Buddhi).
  7. De aantrekking tegenover dingen ontstaat uit het genot dat ze veroorzaken.
  8. De afkeer tegenover dingen ontstaat uit de pijn die ze veroorzaken.
  9. Het verlangen in leven te blijven is zo natuurlijk dat zelfs de geleerden er niet aan ontsnappen.
  10. Wanneer de oorzaken van ongelukkigheid (Klesas) tot hun meest subtiele vorm zijn teruggebracht, kunnen ze worden verwijderd door absorptie in hun oorsprong (de Realiteit).
  11. De meer actieve essentiële oorzaken van ongelukkigheid (Klesas) kunnen tot hun meest subtiele vorm worden teruggebracht door meditatie.
  12. Ervaringen in het heden en de toekomst worden bepaald door het geheel aan oorzakelijke verbanden (Karmas), die hun oorsprong (wortel) vinden in de essentiële oorzaken van ongelukkigheid (Klesas).
  13. Zolang de wortel bestaat zal het vrucht dragen in de vorm van levens met verschillende kwaliteit, lengte en ervaringen.
  14. De vrucht neemt de vorm aan van geluk of ongeluk naargelang de oorzaak een positieve of negatieve handeling is.
  15. Voor diegene die de waarheid kent smaken alle vruchten bitter (is alles lijden), zelfs als ze een gevoel van geluk veroorzaken, omwille van de neiging tot hechting en de conflicten tussen de natuurlijke veranderingen in de essentiële energiën (Gunas) en de natuurlijke veranderingen in de geest (Vrittis).
  16. Alle lijden dat in de toekomst ligt kan vermeden worden.
  17. De oorzaak van dat lijden is de identificatie van de waarnemer (Purusha) met het waargenomene (Prakriti).
  18. Het waargenomene (Prakriti) ontstaat uit de 5 elementen en de 5 zintuigen en haar natuur variëert tussen licht (Sattvic), actief (Rajasic) en inert (Tamasic). Haar taak is het bewustzijn (Purusha) te voorzien van ervaringen die uiteindelijk kunnen leiden tot bevrijding.
  19. De essentiële kwaliteiten van energie (Gunas) manifesteren zich als vorm, abstractie, essentie en ongemanifesteerde potentiële kwaliteit van energie.
  20. De waarnemer (Purusha) is het zuivere bewustzijn, al lijkt het alsof hij de geest nodig heeft om te kunnen waarnemen.
  21. Het waargenomene bestaat enkel in functie van de waarnemer.
  22. Wanneer de waarnemer volledig bewust wordt van zichzelf als absolute realiteit, dan verdwijnt het waargenomene, zelfs al lijkt het te blijven bestaan voor anderen.
  23. Het doel van het samenzijn van waarnemer en het waargenomene is de zelfrealisatie van de waarnemer en het ontvouwen van de krachten die aanwezig zijn in zowel de waarnemer als het waargenomene.5
  24. De oorzaak van het samenzijn van waarnemer en waargenomene is de onwetendheid van de waarnemer met betrekking tot zijn absolute realiteit.
  25. De onwetendheid wordt verdreven door de waarnemer en het waargenomene van elkaar te scheiden, waardoor de waarnemer bevrijd wordt.
  26. De onwetendheid wordt praktisch verdreven door het ononderbroken oefenen van het bewustzijn van de absolute realiteit.
  27. Aldus wordt de hoogste staat van verlichting bereikt in zeven stadia (van Samadhi).
  28. Wanneer door yoga oefeningen de onzuiverheid verdwijnt, volgt een spiritueel ontwaken dat leidt tot bewustzijn van de absolute realiteit.
  29. Onthoudingen (Yama), disciplines (Niyama), houdingen (Asana), ademhalingsoefeningen (Pranayama), controle van de zintuigen (Pratyahara), concentratie (Dharana), meditatie (Dhyana) en absorbtie (Samadhi) vormen de acht steunpilaren van yoga.
  30. Onhoudingen (Yama) omvat het afstand doen van geweld, leugen, diefstal, sex en eigendom.
  31. Deze vijf geloftes staan samen voor de grote gelofte en zijn - onafhankelijk van sociale klasse, plaats, tijd en omstandigheden - voluit in alle stadia geldig.
  32. Disciplines (Niyama) omvatten zuiverheid, tevredenheid, onthechting, zelf-studie en overgave.
  33. Wanneer de geest verstoord wordt door onzuivere gedachten, is het zich concentreren op de tegenovergestelde gedachten de beste remedie.
  34. Onzuivere gedachten en gevoelens van geweld veroorzaken altijd pijn en ontwetendheid. Dan is het noodzakelijk om over de tegenovergestelde gedachten na te denken. Het maakt daarbij niet uit of er aan toegegeven wordt, of er via anderen aan toegegeven wordt of ze eenvoudig weg goedkeuring dragen. Evenmin of ze veroorzaakt worden door hebzucht, boosheid of verwarring, of ze nu mild zijn, gemiddeld of sterk.
  35. Door geweldloosheid verdwijnt vijandschap uit de omgeving.
  36. Door het afstand doen van de leugen wordt het resultaat van handelingen zuiver.
  37. Door onthouding van diefstal of andere oneerlijkheid worden alle soorten rijkdom aangeboden.
  38. Wanneer sexuele onthouding bereikt wordt, dan wordt er veel kracht mee gewonnen.
  39. Wanneer eigendomloosheid bereikt wordt, dan wordt een diepe kennis over het hoe en waarom (van zijn/haar bestaan) geboren.
  40. Door fysieke zuiverheid wordt de zin tot fysiek contact met anderen verminderd.
  41. Door mentale zuiverheid (sattva) ontstaan vrolijkheid, concentratievermogen, controle over de zintuigen en is men klaar voor het zien van het Zelf.
  42. Door tevredenheid ontstaat een ongekend gevoel van geluk.
  43. Door onthechting en het verwijderen van alle onzuiverheden, ontwikkelen het lichaam en de zintuigen hun volle krachten.
  44. Door zelfstudie ontstaat contact met de persoonlijke godheid.
  45. Door overgave aan het goddelijke ontstaat de capaciteit om volledige absorptie (Samadhi) te bereiken.
  46. De houding (Asana) moet stabiel en comfortabel zijn.
  47. Door het loslaten van inspanning en meditatie op de eindeloosheid wordt houding geperfectioneerd.
  48. Daaruit ontstaat onafhankelijkheid van de meest extreme veranderingen in de omgeving.
  49. Eens houding (Asana) is geperfectioneerd, volgen ademhalingsoefeningen (Pranayama) waarbij het in- en uitademen gestopt wordt.
  50. De ademhalingsoefeningen betreffen het vastgehouden van de adem na het inademenen, na het uitademen en op elk ander moment. Ze zijn afhankelijk van plaats, tijd en frekwentie van de oefening. Geleidelijk aan wordt de ademhaling subtieler en trager.
  51. De ultieme ademhalingsoefening (Pranayama) betekent het overstijgen van in- en uitademing.
  52. Daaruit ontstaat het oplossen van dat wat de lichtenergie bedekt (het lichtend aspect van Prana).
  53. Dan wordt het denkvermogen geschikt voor meditatie
  54. Controle van de zintuigen (Pratyahara) betekent het terugtrekken van de zintuigen in de geest, zodat ze het contact met hun objecten verliezen.
  55. Daaruit onstaat de ultieme controle over de zintuigen.

 

Hoofdstuk III - Vibhuti Pada / Het pad van de ontwikkelende vermogens

  1. Concentratie (Dharana) betekent het beperken van de geest tot één object.
  2. Meditatie (Dhyana) betekent het ononderbroken geconcentreerd zijn op één object.
  3. Absorptie (Samadhi) betekent dat bewustzijn van het object vanuit leegte ervaren wordt en er dus niet langer bewustzijn is van zichzelf (de geest). Het object wordt dan gezien in de werkelijke vorm.
  4. Samen vormen deze drie Samyama (letterlijk : gezamelijke dood).
  5. Wanneer Samyama wordt bereikt, bereikt de yogi de hemel waar het licht van het hogere bewustzijn schijnt.
  6. Samyama wordt gebruikt in stadia (bepaald door het object).
  7. Samyama is een innerlijk proces in vergelijking tot wat vooraf gaat (Yama, Niyama, Asana, Pranayama).
  8. De absorptie met een zaad (Sabija Samadhi) is uiterlijk in vergelijking tot de zaadloze absorptie (Nirbija Samadhi).
  9. De transformatie in absorptie (Samadhi) vind plaats door het steeds weer onderdrukken van indrukken, het vasthouden aan de staat van bewustzijn die bestaat op het moment waarop een indruk verdwijnt en voor een andere zijn plaats inneemt (Nirodha).
  10. Door herhaaldelijk oefenen wordt Nirodha vredevol.
  11. De transformatie in absorbtie (Samadhi) vind ook plaats door het geleidelijk verdwijnen van alle verstoringen en het gelijktijdig opkomen van echte één-puntigheid.
  12. De transformatie in absorbtie (Samadhi) houdt ook in dat het object van de meditatie keer op keer verdwijnt om zich dan weer terug te manifesteren. Dat heet Ekagrata Parinama.
  13. De transformatie in absorbtie (Samadhi) betreft ook een vergelijkbare verandering in de beheersing van de zintuigen en de elementen.
  14. Alle fenomenen zijn latent, actief of manifest aanwezig in de onderliggende natuur.
  15. De veranderingen in fenomenen zijn afhankelijk van dieperliggende veranderingen.
  16. Door Samyama op de drie soorten transformaties (Nirodha, Samadhi, Ekagrata) ontstaat kennis van verleden en toekomst.
  17. Door Samyama op het geluid van elk levend wezen kan de betekenis ervan gekend worden, omdat het geluid, de betekenis en de oorsprong ervan niet langer met elkaar verward worden.
  18. Door het direct waarnemen via Samyama van (karmische) indrukken ontstaat kennis van vorige levens.
  19. Door het direct waarnemen via Samyama van de beelden die in de geest van een ander voorkomen, ontstaat kennis van de geest van anderen.
  20. Door het direct waarnemen via Samyama van de beelden die in de geest van een ander voorkomen, ontstaat evenwel geen kennis van de oorsprong van de beelden.
  21. Door Samyama op de tanmatra (essentie van het element) van het licht (rupa), is het mogelijk onzichtbaar te worden.
  22. Op dezelfde manier kan ook geluid, enz... verdwijnen.
  23. Door Samyama op actieve en passieve karmas en ook door Samyama op voortekens, kan het tijdstip van de dood gekend worden.
  24. Door Samyama op vriendelijkheid en andere positieve kwaliteiten worden deze versterkt.
  25. Door Samyama op de kracht van dieren, zoals die van een olifant, wordt deze kracht versterkt.
  26. Door het licht van de hogere zintuigen erop te werpen, wordt al wat klein is, verborgen of ver weg zichtbaar.
  27. Door Samyama op de zon ontstaat kennis over de fenomenale wereld.
  28. Door Samyama op de maan ontstaat kennis over de samenhang tussen de sterren.
  29. Door Samyama op de poolster onstaat kennis over de beweging van de sterren.
  30. Door Samyama op de navelchakra ontstaat kennis over de organisatie van het lichaam.
  31. Door Samyama op de slokdarm onstaat kennis over honger en dorst.
  32. Door Samyama op de Kurma-Nadi (zenuw) onstaat standvastigheid.
  33. Door Samyama op het licht onder de kroon van het hoofd ontstaat het zien van Siddh’as (wezens met bovenaardse krachten).
  34. Kennis van alles ontstaat door intuïtie.
  35. Door Samyama op het hart ontstaat kennis van de natuur van de geest.
  36. Genot is het resultaat van het geen onderscheid kunnen maken tussen het zuivere bewustzijn (Purusha) en Satvva (zuiverste kwaliteit van energie), alhoewel deze totaal verschillend zijn. Door Samyama op het zelf (purusha) ontstaat deze kennis.
  37. Aldus ontstaat het intuïtief horen, voelen, zien, smaken en ruiken.
  38. Al deze bijzondere krachten (Siddhi’s) vormen obstakels tot Samadhi wanneer men naar buiten gericht is.
  39. De geest kan in het lichaam van een ander binnendringen, wanneer de oorzaak van binding aan het lichaam rustig is en door kennis van de doorgangen.
  40. Door beheersing van Udana Prana is het mogelijk te zweven boven doornen, water, een moeras en dergelijke.
  41. Door beheersing van Samana Prana is het mogelijk het maagvuur te doen oplaaien.
  42. Door Samyama op de relatie tussen het ether element (Akash) en het gehoor ontstaan bovennatuurlijke gehoorskwaliteiten.
  43. Door Samyama op de relatie tussen het ether element (Akash) en het lichaam, en door de geest te concentreren op lichte substanties zoals kapok, ontstaat de kracht om zich in de ruimte te verplaatsen.
  44. De kracht waarmee we het bewustzijn dat voorbij het intellect bestaat kunnen bereiken heet helderziendheid (Maha-Videha). Het vernietigt dat wat het licht verduistert.
  45. Door Samyama op de ruwe, constante, subtiele, almomvattende en functionele vormen van de vijf elementen onstaat beheersing van de vijf elementen (aarde, water, vuur, lucht, ether).
  46. Aldus ontstaat de kracht die Anima wordt genoemd, de perfectie van het lichaam en de volledige vrijheid van het lichaam tegenover veranderingen in de vijf elementen.
  47. De perfectie van het lichaam omvat schoonheid, structuur, kracht en extreme hardheid.
  48. Door Samyama op de zintuigen, hun kracht tot waarneming, hun reële natuur, individualisering, almomvattendheid en essentiële functie, ontstaat heerschappij over de zintuigen.
  49. Aldus ontstaat de kracht tot het zintuigloos en volledig waarnemen van om het even welk object in de natuur, alsook heerschappij over de natuur.
  50. Door het bewustzijn van het verschil tussen het zuiverste bewustzijn (purusha) en de zuiverste kwaliteit van energie (sattva) ontstaat heerschappij over alle vormen (almacht) en kennis van alles (alwetendheid).
  51. Door het zelfs niet gehecht zijn daaraan, wordt het meest essentiële zaad van de hechting vernietigd, en volgt bevrijding (Kaivalya).
  52. Wanneer men uitgenodigd wordt door de bovennatuurlijke wezens die de verschillende hemels besturen, moet men vrij blijven van plezier en trots, want er is nog steeds de mogelijkheid dat het kwaad heropleeft.
  53. Door Samyama op het verloop van de tijd ontstaat kennis van de ultieme realiteit.
  54. Daaruit volgt kennis van het onderscheid tussen dingen die niet van elkaar te onderscheiden zijn door kwaliteiten, categoriën of posities.
  55. Door waarneming van de absolute realiteit wordt de hoogste kennis geboren, transcendent, waarbij alle objecten ten alle tijde en ongeordend waargenomen worden.
  56. Wanneer het zuivere bewustzijn (Purusha) en de zuiverste energie (Sattva) even zuiver zijn, volgt de bevrijding (Kaivalya).

 

Hoofstuk IV - Kaivalya Pada / Het pad van Vrijdheid

  1. Bovennatuurlijke krachten zijn het gevolg van geboorte, kruiden, mantra's, ascetisme of samadhi.
  2. De transformatie van dingen in andere dingen is enkel mogelijk doordat de natuur van die dingen het toelaat.
  3. Dat wat toestaat dingen te veranderen betreft dat wat de belemmeringen van de natuurlijke evolutie opheft.
  4. Individualisering is de enige oorzaak van het scheppen van een artificiële geest (of geesten).
  5. De ene natuurlijke geest is de heerser over alle artificiële geesten (van de yogi) en hun activiteiten.
  6. De geest die geboren wordt uit meditatie is vrij van karmische indrukken.
  7. Voor de yogi zijn karmas noch goed noch slecht, terwijl ze voor anderen in drie soorten voorkomen (goed, slecht en gemengd).
  8. De karmische verlangens manifesteren zich al naar gelang de omstandigheden het toelaten.
  9. De relatie tussen oorzaak en gevolg bestaat los van plaats, tijd en klasse, omdat het diepere karmische “geheugen” daar ook los van staat.
  10. En er is geen begin aan te vinden, omdat het verlangen te leven eeuwigdurend is.
  11. Karmische gevolgen verdwijnen wanneer hun oorzaak verdwijnt, dwz. de onwetendheid met betrekking tot de realiteit.
  12. Verleden en toekomst bestaan in hun eigen realiteit. Het verschil in rol (Dharma) uitstaat uit het verschil in gekozen pad.
  13. Gemanifesteerde en ongemanifesteerde fenomenen, rollen en paden bestaan uit niets anders dan essentiële kwaliteiten van energie (Gunas).
  14. De essentië van een object bestaat uit de unieke manier waarop de essentiële kwaliteiten van energie (Gunas) zijn getransformeerd.
  15. Objecten zijn alleen verschillend voor verschillende personen door de verschillen in de geesten van die personen.
  16. Een object is niet afhankelijk van de geest die het waarneemt. Wat zou er anders mee gebeuren indien het niet wordt waargenomen?
  17. Een object is gekend of niet gekend afhankelijk van het feit of het de geest kleurt of niet kleurt.
  18. Omdat het pure bewustzijn (Purusha) onveranderlijk is, kent het steeds de veranderingen van de geest.
  19. De geest verlicht zichzelf niet, want het kan zelf waargenomen worden.
  20. De geest kan zelfs tegelijkertijd waargenomen worden als waarnemen.
  21. Indien de ene geest de andere kan waarnemen, zou alleen verwarring van de waarneming en ook van het geheugen het gevolg zijn.
  22. Zelf-kennis ontstaat wanneer het bewustzijn de vorm aanneemt die niet van onderwerp verandert.
  23. De geest is in staat alles waar te nemen, doordat ze zowel gekleurd wordt door het zuivere bewustzijn (pursuha) als door datgene wat geobserveerd wordt (prakriti).
  24. Alhoewel de geest met vele verlangens bezig is, verlangt het uiteindelijk enkel het zuivere bewustzijn (purusha), waarmee het steeds samen gaat.
  25. Voor hij die het zuivere bewustzijn (purusha) kent en onderscheidt van de geest, verdwijnt zelfs het verlangen ernaar.
  26. Dan blijft de geest dit onderscheid ook maken en spitst het zich toe op bevrijding (Kaivalya).
  27. De geest houdt zich dan tussendoor alleen nog met andere dingen bezig door de kracht van karmische indrukken.
  28. Hun verwijdering gebeurt op dezelfde manier als voor de oorzaken van ongelukkigheid (Klesas), zoals eerder beschreven.
  29. Degene die een voortdurende staat van onthechting kan vasthouden, zelfs tegenover de hoogste staat van verlichting, volgt het pad van de absorptie (Samadhi) van de “verduisterende wolk” van rollen (Dharmas).
  30. Aldus wordt men bevrijdt van oorzaken van ongelukkigheid (Klesas) en Karmas.
  31. Wanneer alle onzuiverheden en verduisteringen zijn verwijderd, wordt dat wat via de geest kan gekend worden verwaarloosbaar, in vergelijking tot het oneindige dat gekend wordt bij verlichting.
  32. Doordat de essentïele kwaliteiten van energie (Gunas) dan hun rol uitgespeeld hebben, verdwijnen ze.
  33. Het proces dat uiteindelijk leidt tot de verlichting zal op het moment van de verlichting gewoon als een proces gekend zijn.
  34. Na de Kaivalya of bevrijding komen de essentiële kwaliteiten van energie (Gunas) terug tevoorschijn, maar volledig los staand van het zuivere bewustzijn, dat nu puur op zichzelf staat

Het boek 'De Yoga Sutra's van Patanjali' van I.K. Taimni gaat nog een (hele) stap verder en geeft de yogasoetra's in transcriptie, een woord-voor-woord vertaling en een (eigen) commentaar. De Indiase vertaler en commentator van de oorspronkelijke Sanskrit tekst is bekend door vertalingen van verscheidene Sanskrit teksten over zelfverwerkelijking. In de Nederlandse vertaling (uit het Engels) is een aparte verklarende woordenlijst-annex-index en een beknopt trefwoordenregister Nederlands-Sanskriet toegevoegd.

Speciale Aanbieding

zin in een yogaretraite?

Boek een yogaretraite

zoek een yogaretraite die bij jou past

yoga, surf & yoga, of liever verstilling en meditatie


gewenste aankomstdatum

Enjoy your daily

Over ProYoga

Privacy & Voorwaarden

Privacy

Gebruiksvoorwaarden

copy protected © 2014-2018 ProYoga © 2014-2018 ProYoga